Tagarchief: Haniyeh

De Nederlandse en de internationale pers gaan onverschillig om met de genocide in Gaza

Vóór alles gaat mijn diepgemeende medeleven uit naar elke naaste van Haniyeh, met mijn bewondering voor zijn niet-aflatende inzet, moed en wijsheid teneinde erkenning van en rechtvaardigheid voor Palestijnen en Palestina te vinden. Tevergeefs.

 

 

 

 


De schaamteloze combinatie van de NOS op 2 augustus 2024**

Al maanden verbijstert me de oppervlakkige of laat ik het onverschillige of partijdige (maar wat is dan het verschil?) berichtgeving noemen in de belangrijkste* Neder- en buitenlandse media als het gaat over de Israëlische genocide op het Palestijnse volk.

Meestal bestáát die berichtgeving niet, lijken Gaza en de aanhoudende Nakba niet te bestaan – zoals er ook geen Mali bestaat, of Soedan / Darfur of Myanmar – zoals er überhaupt geen door de Eerste Wereld veroorzaakte rampen en oorlogen bestaan die de enorme vluchtelingenstromen op gang brengen waar diezelfde Eerste Wereld zo massaal eensgezind rechts tegen te hoop loopt – nee, te veel moeite: stemt.

De media – want/dus de hele Eerste Wereld – gaan zich kritiek- en schaamteloos te buiten aan feodale topsport, aan massatoerisme  (eufemisme voor neokolonialisme), aan consequentieloze gezondheidsverslaving (eufemisme voor doodsangst) en toch toenemende epidemieën (geslachtsziekten, obesitas, corona’s en schurft), aan eet-, festival-, drugs- (o wat erg, al die aanslagen in woonwijken, o wat erg al dat gedumpte chemische afval), koop- en gokverslavingen, aan racisme (eigen blonde witheid eerst), aan verrechtsing (de grootste reactionaire idioten krijgen met publiek geld betaalde zendtijd, gedegen onderzoeksjournalsitiek hoor en zie je ongeveer nooit) en aan complottheorieën – met uitbraken van ‘verdwenen’ kinderziekten als gevolg.

Kortom: de media voeden een wijdverspreide egocentrische honger naar ‘prikkels en ervaringen’ maar vooral naar aandacht en onwetendheid.

Lees verder De Nederlandse en de internationale pers gaan onverschillig om met de genocide in Gaza

De twee maten van de Eerste Wereld XIII: ‘Mein Erbe nun nehm‘ ich zu eigen’ (Siegfried Rutte)

Op zich al afgrijselijk onverschillig dat je aan een genocide pas tegen haar einde een consequentie verbindt,
maar de Israëlische inval in Rafah zou voor Rutte een ‘gamechanger’ [sic!] worden.
Nog valser is het als je die belofte loochent omdat je naar een baantje vist waarvoor je instemming behoeft van andere hypocriete sociopaten:
bovenstaand bleek weer één van Ruttes even ontelbare als schaamteloze leugens.
Zelfs nu Netanyahu het een ’tragische vergissing’ noemt dat hij met Nederlands wapentuig een heel tentenkamp vol door hemzelf bijeengedreven vluchtelingen de gruwelijke verbrandingsdood in joeg, en daarmee feitelijk aangeeft dat zijn leger en zijn land tot dergelijke praktijken bereid en in staat zijn en, sterker nog: doorgaan met het offensief*.

Rutte en de hele bestuurlijke top van de Eerste Wereld doen me kokhalzen van weerzin –
net als wij, inwoners van die Eerste Wereld, die onze volgepropte monden houden en gerust gaan slapen
nadat we de herhaling van de genocidale gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog bekeken als betrof het de samenvatting van een voetbalwedstrijd tussen twee buitenlanden.

Maar feitelijk wordt een in een getto opgesloten volk onder onze medeverantwoordelijkheid verhongerd en afgeslacht.**

Zó tergend langzaam dat zich voortdurend mogelijkheden voordoen om het tij te keren,
de agressor buitenspel te zetten en zijn vertegenwoordigers voor de rechter te slepen – maar we laten het voortgang vinden als betreft het inderdaad vermaak.
Sterker: we werken eraan mee.
Al decennia lang creëert en vernietigt de populistisch/neoliberaal/christelijke
Eerste Wereld haar grootste productie:
haar eigen Untermensch – deze keer niet joods of zwart
maar moslim en momenteel óók semitisch
of nog specifieker: Palestijns.

Onder het drogredelijke motto: iemand moet onze openstaande rekening uit 1939-45 betalen
anders ben jíj een antisemiet.

Lees verder De twee maten van de Eerste Wereld XIII: ‘Mein Erbe nun nehm‘ ich zu eigen’ (Siegfried Rutte)