Tagarchief: carte blanche

Vernietiging om de vernietiging zelf: ‘een hogere poëtische gerechtigheid’.

De handel die oorlog heet

‘For you don’t count the dead
when God’s on your side’  
Bob Dylan

Je kunt je afvragen of de vrijwel nooit becommentarieerde geallieerde bombardementen op Duitse steden (dus op burgerdoelen) aan het eind van WO 2
een carte blanche creëerden voor de gruwelijke bombardementen door de Eerste Wereld op dorpen en steden in Vietnam, Cambodja en Korea, in Afghanistan, Irak, Libanon en Syrië

en nu op Gaza, Libanon en wederom Syrië
door een specifiek deel van die Eerste Wereld: Israël.

W.G. Sebald schreef met De natuurlijke historie van de verwoesting* als een van de weinigen een analyse van het waarom, hoe en waartoe van de geallieerde bombardementen op de grote Duitse steden:
‘De oorsprong van de strategie van het zogenaamde “area bombing“** lag in de extreem marginale positie waarin Groot-Brittannië zich in 1941 bevond’. Europa was van de nazi’s en de fascisten, Amerika hield zich oppervlakkig ‘neutraal’ – het Europese eiland genoot geen steun en had weinig opties dan zich te verdedigen en te proberen om de rest van Europa aan de klauwen van de nazi’s en de fascisten te onttrekken.’***

Op eenzelfde argument grijpt Israël voortdurend terug:

– dat bij monde van zijn (en die van de EU en de VS) ultrarechtse, orthodoxe  en racistische politici sinds en zelfs al vóór zijn bestaan**** schermt
met zijn geïsoleerde positie in de regio en in de wereld (‘”dankzij” de Holocaust’)
en met antisemitisme (wereldwijd maar als het zo uitkomt vooral in de regio),
die het land het recht zouden verschaffen op onbegrensde trauma’s
dus op onbegrensde verdediging
‘want’ op ongebreidelde angst en haat voor en wraak op iedereen die als bedreigend wordt ervaren

maar die in dezelfde adem de aanhoudende Nakba (inmiddels genocide) ontkennen.

 

Duizenden paren kinderschoenen staan voor de duizenden vermoorde kinderen in Gaza.
foto: Sylvia van de Garde

 

Lees verder Vernietiging om de vernietiging zelf: ‘een hogere poëtische gerechtigheid’.