Vanmorgen ijld’ het volk, nog wit van schrik,
mijn woning in: ‘Och, help! Één ogenblik!
Net, links van ‘t Binnenhof, kleurde ik rood op grijs
toen Rutte plots aan mij verscheen. Hij droeg een zeis.
Ik schrok en haastte me langs zijn rechterkant,
maar zag toch écht de dreiging van zijn hand!
Vlug, vlug: uw tractor, verder geen gezeik
opdat ik voor de avond Brussel nog bereik!’
Vanmiddag – ’t volk was reeds lang heen gespoed –
is’t dat ik in een Haagse pissteeg Rutte plots ontmoet.
‘Waarom,’ zo vraag ik want hij gluipt maar zwijgt,
‘hebt gij vanmorgen vroeg het hele volk bedreigd?’
Grijnzend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ’t,
waarvoor het volk vlood. Ik was zelf verrast
toen ik vanmorgen hier instemmend af zag gaan
wat ik vanavond in een duister Brussel dood zal slaan.’
naar P.N. van Eyck
die het, waarschijnlijk via Jean Cocteau, jatte van de prachtige Perzische dichter Rumi.
Detail van een wandschildering, door onbekende tekenaars. ΕΜΣΤ – Museum voor Moderne Kunst, Athene.
foto: Sylvia van de Garde
Rutte heeft zijn doel bereikt:
en zich de (nu geheel failliete) Navo in gelikt, gesoebat, gesjoemeld, geflikflooid, gefrot, gehoereerd en gekocht*
aan de handen van de schoft Netanyahu** en van Ursula Thatcher-von der Leyen,
maar op kosten van de Nederlandse burger
die Ruttes sollicitatie naar dit vervolgbaantje duur betaalt/de*.
Hij mag nu meehelpen de wereld uit of juist in oorlogen te leiden
– gezien zijn gebrek aan visie, geweten en schaamte
en zijn banden met Israël, de VS en de oorlogsindustrie*** in het algemeen,
maak ik me geen illusies.

