Het was tijdens de eerste bijeenkomst van het parlement van het herenigde Duitsland (waarvoor hij zo had gestreden en die hij betaalde met de invoering van de Euro), dat Kohl zich versprak: ‘Meine D-Mark, uh… meine Damen und Herren.’
Waar het hoofd vol van is…
Menselijk, ál te menselijk. Net als machtswellust.
Kohl wilde de geschiedenis in gaan als president van de hereniging, koste wat het kost. Daarvoor had hij Europa nodig, hij kon de Wiedervereinigung politiek en economisch anders nooit dekken. En dat moest hij betalen met de Duitse Mark: die werd, anders dan hij had gewild, niet Europa’s munt maar door de Euro vervangen.
Wat een zege voor Frankrijk en de rest van Europa: was er weer een wereldoorlog van die Moffen gewonnen!
Hiep, hiep, hoera! (Waar komt die uitdrukking toch vandaan?)
En onder het motto: ‘Nie wieder Krieg!’
Maar met de val van de Muur en in de stompzinnige euforie over het ‘verslagen communisme’ ten gunste van het democratische (lees: kapitalistische) gebod van het ‘herenigde Europa’ – we liepen maar vast op de feiten vooruit, er was immers al voor betaald? – werden de nog altijd aanwezige maar ontkende fundamenten van de Muur blootgelegd.
En die fundamenten lagen en liggen in nazi-Duitsland*.
Dat ‘was echter zonder consequenties’: het nazisme was immers met het communisme omgebracht?
Hiep, hiep, hoera! (Waar kwam die uitdrukking ook alweer vandaan?)
En ‘Nie wieder Krieg!’
Er werd gezwegen over de totaal verschillende culturen die plotseling samen moesten wonen en werken.
Gezwegen over de West-Duitsers die, na decennialang krokodillentranen te hebben vergoten om hun ‘versperrten’ Oost-Duitse Verwandten, niet wisten hoe snel ze deuren en ramen moesten sluiten toen die Verwandten ineens in hun Trabantjes door de grens braken.
Gezwegen over de onmiddellijke discriminatie van de ‘Ossies’ die en masse en geheel volgens de traditie ‘lui’, ‘onbetrouwbaar’, ‘achterlijk’ en profiteurs’ werden genoemd – het nieuwe Untervolk (zie de link onder aan deze blog).
Gezwegen over de gouden eieren die het IJzeren Gordijn het Vrije Westen had gelegd; en gezwegen over de enorme economische, politieke en ideologische ravijnen rond om het Oostblok waar links en rechts, Duits en niet-Duits in zouden donderen (zie de link onder aan deze blog).
Dat zou allemaal wel overwaaien of met links en rechts in het ravijn een stille dood sterven, meine D-Mark, uh… meine Damen und Herren!
Europa rukte op! En met haar: vrijheid, gelijkheid en kapitalisme, uh… democratie.
Hiep, hiep, hoera! (Waar kwam die uitdrukking vandaan, zei je?) en ‘Nie wieder Krieg!’
‘Noch ‘ne paar Eigenblut-Sprtizen
und man sieht kaum noch ‘ne Narbe’
Bild: Horst Haitzinger
Vervolgens werd er gezwegen over de racistische rellen die dagenlang in Rostock-Lichtenhagen en in het West-Duitse Mölln en Solingen konden woeden.
Inmiddels zijn we ouder en wijzer.
Helmut Kohl en zijn gristen-partij bleken corrupt:
uit de verkoop van Duitse tanks aan Saoedi-Arabië werd minimaal 300 miljoen meine-D-Mark achterovergedrukt ten gunste van in elk geval de CDU-partijkas.
En op de grens tussen Oost en West rijzen de fundamenten van de Muur tot nieuwe scheidingen op.
In Duitsland wordt het proces tegen de NSU beperkt tot de neo-nazische mevrouw Zschäpe en wat onduidelijk en/of weggemoffeld voetvolk; de justitiële racistische dwalingen die tien jaar lang de slachtoffers en hun families criminaliseerden en verdere moorden niet alleen mogelijk maakten maar waarschijnlijk ook stimuleerden, zijn ‘politieke verantwoordelijkheden’ en moeten in de Bundestag worden ‘opgelost’.
Eventuele mededaders worden in het verlengde daarvan ‘uitgesloten’ (een herhaling van de Oktoberfestattentat-scenario uit 1980, met Kohls CSU-collega Strauss als ontkenner).
De Bundeswehr blijkt vergeven van neo-nazistische elementen die hun voorkeuren en idealen niet onder stoelen of banken hoeven te steken – ze krijgen vrij spel.
In de Europese Unie duiken links en rechts uit het ravijn van het ‘onschuldige verleden’ de meest heftige anti-democratische en rechts-extremistische elementen op (in Hongarije, Polen, Duitsland, Nederland, Frankrijk, Denemarken, Zweden – om enkele deelstaten te noemen), die het voortouw nemen in racisme en uitsluiting op basis van Blut und Boden, en vooralsnog ‘fatsoenlijk rechts’ in het zadel helpen en houden – laatstgenoemde (christelijk en/of neoliberaal) heeft met de neo-nazi’s als spreekkoor aan een half woord genoeg en dekt zich zo handig in voor zijn even dubieuze politiek van uitsluiting, afbraak en verdeling.
De Euro is failliet, maar wordt met de demonisering van de economisch zwakke deelstaten (Portugal, Ierland, Italië, Griekenland en Spanje – ‘lui, onbetrouwbaar, profiteurs’ – om kort te gaan: PIIGS) kunstmatig voortgestuwd ten gunste van het rijke vasteland van West-Europa dat van meet af aan met zijn economische voorsprong (Duitsland heeft bijvoorbeeld nog maar twee jaar een wettelijk minimumloon, daarvóór concurreerde het mateloos vals) de regels bepaalt.
De achterlijke rest heeft zich maar aan te passen, is het motto; die rest lijkt alleen te zijn binnengehaald als goedkope fabricage- en nieuwe afzetgebieden ten gunste van de rijke kern.
Deze ‘luie en onbetrouwbare profiteurs’ mogen ook de vluchtelingenstroom opvangen van oorlogen die hetzelfde Europa mede gepropageerd, gefinancierd en dus veroorzaakt heeft. Die opvang gaat natuurlijk op kosten van de ‘luie en onbetrouwbare profiteurs’, want op dit vlak liggen die landen ineens niet meer binnen de grenzen van de rijke rest.
Blut und Boden und meine D-Mark: het Europa van Kohl, zijn ‘blühende (blutende) Lanschaften’, zijn monument.
Karikatur von Erich Sokol
En inmiddels óns Europa, of we dat willen of niet.
Ondemocratisch, ondoorzichtig, onevenwichtig, oneerlijk, ongelijk.
En totaal onmachtig.
Maar dat zal pas écht blijken als het te laat is: als de fundamenten van de Muur – van de Europese Muur – werkelijk leven in zich blijken te dragen. Dán zal Kohl zich ontpoppen tot ‘Der ewige Kanzler’ die hij echt wilde zijn.
Nie wieder Krieg,
hiep, hiep, hoera! (Wat was het ook weer, waar die uitdrukking vandaan kwam?)
––––––
Een prachtig lied van de even prachtige Konstantin Wecker:
‘(Es herrscht wieder) Frieden im Land’
https://www.youtube.com/watch?v=pwJo0dc7jJQ
––––––––––––––––––––––––––––––
27 mei 2026
35 jaar na de val van de Muur is de ongelijkheid en daarover het onbegrip tussen ‘Ost’ en ‘West’ nog steeds groot, blijkt uit het interessante maar onthutsende artikel van Constanze Letsch: https://www.groene.nl/artikel/aan-weerszijden-van-de-fantoomgrens?utm_
*9 juni 2024:
de verkiezingen voor de EU maken bijna 35 jaar na de val van de muur de eerste verschijnselen weer zichtbaar: extreem-rechts wint. Ik houd mijn hart vast…
Update 31 maart 2024
Zie ook: Dirk Oschmann, Der Osten: eine westdeutsche Erfindung, Berlijn, 2023.
Aanleiding tot dit artikel waren diverse onderzoeken naar de beeldvorming over Oost-Duitsers, hijzelf was bijvoorbeeld de eerste Oost-Duitse professor in de literatuur aan de universiteit van Leipzig sinds de Wende;
tegenwoordig worden de hogescholen, bedrijven, en universiteiten in Oost-Duitsland nog steeds voornamelijk bestuurd door mensen met een West-Duitse achtergrond. Bovendien is het salaris voor dezelfde functie in Oost-Duitsland nog steeds lager dan in West-Duitsland.
Angela Merkel sprak in haar laatste speech als bondskanselier, op 3 oktober 2021, haar verontwaardiging uit over de (persoonlijke) aanvallen op haar DDR-achtergrond, de ‘Ballast der DDR-Biografie’. Ze werd ook een ‘Angelernte Bundesdeutsche‘ (semi-geschoolde zonder officieel diploma) Bondsduitse) genoemd.
Zie een boekbespreking in Streven Tijdschrift: https://streventijdschrift.be/beyond-the-wall-van-katja-hoyer/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=beyond-the-wall-van-katja-hoyer
Update 5 januari 2021
‘Meine Damen und Herren, wir schaffen uns ab!’ Interview met Lothar de Maizière door Anja Reich und Sabine Rennefanz, unter MItarbeit von Jenni Roth. https://www.bpb.de/themen/deutschlandarchiv/325011/meine-damen-und-herren-wir-schaffen-uns-ab/
Update 15 juli 2018
Een artikel in de TAZ van Anja Maier over de ‘Treuhand’, de ‘herwaardering’ van Oost-Duitse bedrijven in West-Duitse Marken.
https://www.taz.de/Archiv-Suche/!5517592&s=treuhand/
Update 26 mei 2018
‘Kohls Lüge von den blühenden Landschaften’, Der Spiegel.
https://www.spiegel.de/politik/deutschland/helmut-kohl-seine-luege-von-den-bluehenden-landschaften-a-1209558.html
Update 7 september 2017
Lees het volgende artikel van Anja Maier in de TAZ van vandaag over de voortdurende onbegrijpelijke discriminatie van ‘Ossies’, en vrees de gevolgen.
http://www.taz.de/Wiedervereinigung-und-die-Wahl/!5442553/
18 augustus 2014:
‘Kommt die D-Mark, bleiben wir…’ door Thilo Schmidt voor Deutschlandfunk Kultur.
https://www.deutschlandfunkkultur.de/deutsche-rufe-7-8-kommt-die-d-mark-bleiben-wir-100.html
––––––
Een treffende beschrijving van het Duitsland sinds WO II door W.G Sebald:
‘Ondanks de bijna ongelooflijke energie waarmee men na elke aanval onmiddellijk weer enigszins leefbare omstandigheden probeerde te scheppen, stonden er in een stad als Pforzheim, die in één aanval in de nacht van 23 februari 1945 bijna een derde van haar 60.000 inwoners verloor, zelfs na 1950 nog houten kruisen op de puinhopen, en ongetwijfeld woei de vreselijke stank die […] door de eerste voorjaarswarmte vrijkwam in de gapende kelders van Warschau, in de periode vlak na de oorlog ook door de Duitse steden. Maar kennelijk is dat niet doorgedrongen in het sensorium van de overlevenden die nog steeds op de plaats van de ramp leefden. De mensen bewogen zich ‘op straat tussen de verschrikkelijke ruïnes […] alsof er waarachtig niets was gebeurd en […] de stad er altijd zo uit had gezien’. De keerzijde van deze apathie was de declaratie van het nieuwe begin, de onbetwijfelbare heldenmoed waarmee men zonder dralen de reorganisatie en het opruimen ter hand nam. In een brochure geweid aan de stad Worms van 1945 tot 1955 staat: ‘Dit uur eist onverschrokken mannen, onberispelijk van gedrag en doelstelling. Bijna iedereen staat vervolgens dan ook jarenlang in de voorste gelederen van de wederopbouw.’ […] De totale vernietiging wordt dus niet zozeer voorgesteld als het gruwelijke einde van een collectieve aberratie, maar meer als het eerste stadium van de succesvolle wederopbouw. Na een gesprek dat hij in april 1945 voerde met de directeuren van IG-Farben in Frankfurt, spreekt Robert Thomas Pell zijn verbazing uit over de met een mengsel van zelfmedelijden, kruiperige rechtvaardigheid, gekrenkte gevoelens van onschuld en koppigheid geuite wilsverklaringen van de Duitsers om hun land ‘groter en machtiger te herbouwen dan het ooit is geweest’. […] De inmiddels al legendarische en in sommige opzichten werkelijk bewonderenswaardige Duitse wederopbouw na de door de geallieerden aangerichte verwoestingen, ging gepaard met een tweede trapsgewijze liquidatie van de eigen voorgeschiedenis. Het vele werk dat moest worden verzet en het streven om een nieuwe gezichtloze werkelijkheid te scheppen, belemmerden van meet af aan elke herinnering, richtten de bevolking uitsluitend op de toekomst en verplichtten haar tot zwijgen over wat haar was overkomen.[…]
Tegen het algemene vermoeden in werd het gebrek aan contemporaine verslagen ook niet gecompenseerd door de naoorlogse literatuur […] Terwijl de oudere garde van de zogenaamde ‘innerlijke emigranten’ voornamelijk bezig was zichzelf een nieuw aanzien te geven en, zoals Enzensberger opmerkt, in eindeloze breedsprakige abstracties de vrijheidsgedachte en het humanistisch-westerse erfgoed te bezweren, was de jongere generatie van de net teruggekeerde schrijvers zo gefixeerd op hun eigen oorlogsverhalen – waarbij ze telkens weer afgleden naar het sentimentele en larmoyante – dat ze nauwelijks oog leek te hebben voor de overal zichtbare verschrikkingen van die tijd. Zelfs de veelgeciteerde ‘Trümmerliteratur’ (literatuur van de puinhopen), die vanuit een feilloze werkelijkheidszin wilde opereren en zich, zoals Heinrich Böll toegaf, voornamelijk bezighield met ‘wat wij bij onze terugkeer aantroffen’, blijkt bij nadere inspectie een instrument dat reeds op de individuele en collectieve amnesie was afgestemd en waarschijnlijk werd beïnvloed door onbewuste processen van zelfcensuur – een middel om een wereld te versluieren die elk bevattingsvermogen inmiddels te boven ging. De ware toestand van de materiële en morele vernietiging waarin het hele land verkeerde, mocht op grond van een stilzwijgend gesloten en voor iedereen geldende overeenkomst niet worden beschreven. De duistere aspecten van de slotacte der vernietiging zoals de overgrote meerderheid van de Duitse bevolking die had meegemaakt, bleven op deze manier een schandelijk familiegeheim waarop een soort taboe rustte en dat men misschien zichzelf niet eens kon toegeven. […]
En ook toen in latere jaren oorlogs- en regionale historici de ondergang van de Duitse steden begonnen te documenteren, veranderde dat niets aan het feit dat de beelden van dit gruwelijke hoofdstuk in onze geschiedenis nooit werkelijk de drempel van het nationale bewustzijn hebben overschreden. […] stonden deze compilaties dikwijls merkwaardig los van hun onderzoeksobject en probeerden ze niet meer inzicht te krijgen in het verbazende vermogen tot zelfverdoving van een gemeenschap die schijnbaar zonder noemenswaardige psychische schade uit de vernietigingsoorlog tevoorschijn was gekomen, maar dienden ze primair de sanering of verwijdering van een besef dat onpeilbaar was voor het normale verstand. Uit het feit dat een diepe verwarring in het zielenleven van de Duitse natie bijna volkomen ontbreekt, kan geconcludeerd worden dat de nieuwe samenleving in de Bondsrepubliek de ervaringen van haar voorgeschiedenis heeft weggedrukt en een perfect functionerend verdringingsmechanisme heeft ontwikkeld, zodat ze haar eigen ontstaan vanuit de absolute degradatie weliswaar kan erkennen maar tegelijkertijd volkomen uit haar gevoelshuishouding kan verbannen, er zelfs een extra roemrijke bladzijde van kan maken in het register van wat men allemaal met succes en zonder teken van innerlijke zwakheid heeft doorstaan. Enzensberger wijst erop dat je ‘de raadselachtige energie van de Duitsers’ niet kunt begrijpen ‘als je je verzet tegen het inzicht dat ze hun tekorten tot deugd hebben verheven. De bewusteloosheid,’ zo schrijft hij, ‘was de conditie voor hun succes.’ […] Maar de katalysator [van het Wirtschaftswunder] was zuiver immaterieel, namelijk de tot op de dag van vandaag nog niet opgedroogde stroom van psychische energie, die ontspringt aan het door allen bewaarde geheim van de in de grondvesten van ons staatswezen ingemetselde lijken, een geheim dat de Duitsers in de jaren na de oorlog hechter aaneensmeedde en ook nu nog aaneensmeedt dan enige positieve doelstelling, bijvoorbeeld de verwerkelijking van democratie, ooit heeft gekund.
uit: De natuurlijke historie van de verwoesting van W. G. Sebald



