Yesilgöz’ odyssee wordt een rechtelijke dwaling

Demissionaire minister van Justitie en Veiligheid Yesilgöz – naar eigen zeggen een vluchteling – heeft in haar neoliberale ijver om het door haar en haar partij hoog (veel te hoog, zeggen experts) ingeschatte vluchtelingenaantal terug te brengen
en zonder overleg – in feite zonder de Tweede Kamer –
een ‘ploeg’ ingehuurd die rond om asielzoekerscentra lastige en vooral ‘kansarme vluchtelingen’ en ‘potentiële overlastgevers’ in de kraag moet vatten of gewoon eh…
gevangennemen?
Verrot slaan?
Uitzetten / laten verdwijnen?

 

 

 

 

 

Kilkenny, Ierland 2022
foto: Sylvia van de Garde

Aan het hoofd van deze ploeg staat ‘coördinator overlast’ Kees Loef, naar eigen zeggen gespecialiseerd in ‘het voorkomen [voorkómen] van delinquent gedrag’ – wat dat laatste ook mag zijn want het is voorkómen dus niet vertoond – en de ‘vroegtijdige [dus vóórdat er sprake is van een overtreding] onderkenning en aanpak op maat van jonge kinderen met agressief probleemgedrag’.

Om tot dit alles te kunnen komen maakt(e) Loef gebruik van o.m. zelf opgezette preventieve interventieteams (PITs) en Anti-Radicaliseringsprogramma’s – de informatie is terug te vinden op Linkedin.
Daar staat ook dat deze ‘Coördinator Nationale [sic!] Aanpak Overlast’ gedurende 20 jaar  ‘wetenschappelijke onderzoeken op het gebied van politie en criminaliteit in de brede zin des woords’ heeft geprogrammeerd, begeleid, beoordeeld en laten publiceren.
Toe maar, dat liegt er niet om – vooral in die ‘brede zin des woords’ –
Loefs opleiding(sniveau) blijft echter onbenoemd.

Ze hadden mij nodig omdat ze er met het ministerie niet uitkwamen. Niemand deed wat,’ zegt Loef in NRC. ‘De opdracht aan mij was: dóé iets, los het op.’ Daartoe huurde hij van een oud-kickbokser voor 3 miljoen euro een beveiligingsbedrijf in dat toezicht moet houden rond om de asielzoekerscentra (dat is openbaar terrein, dat valt anders dan het asielzoekerscentrum zelf niet onder verantwoordelijkheid van Justitie).
En hij startte binnen de Vreemdelingenpolitie zonder juridisch en wettelijk kader een ‘proef’ om al bij hun aankomst ‘kansarme  asielzoekers’ en ‘potentiële overlastgevers eruit te halen’. De Vreemdelingenpolitie zette haar hakken in het zand en het plan werd aangepast*.

Want hoe zie je of iemand kansarm of een potentiële overlastgever is?
Dat zie je niet, dat benoem je zo – en dat heet ‘profilering’. In dit geval is het waarschijnlijk ‘etnische profilering’. Dat is  discriminatie en dát is bij grondwet verboden.
Punt.

De (demissionaire) minister van Justitie en Veiligheid Yesilgöz zet dus zonder medeweten van de Kamer en zonder juridisch en wettelijk kader aan tot het overtreden van de grondwet om door een oud-kickbokser bestempelde ‘kansarme asielzoekers en potentiële overlastgevers’… laten we het eufemistisch formuleren: weg te werken.

WEGWERKEN. Uitgummen, zou je kunnen zeggen.
OPROTTEN in de woorden van partijgenoot en demissionair minister-president Rutte die zijn kabinet en het land over de asielkwestie liet vallen.

De door Loef en zijn ‘beveiligers’ geselecteerde asielzoekers  krijgen niets meer: geen recht op aanvraag van asiel, geen recht op een advocaat, op een eerlijke beoordeling en/of proces en/of hoger beroep.

Loef laat er in een staatsmagazine zijn licht over schijnen – een (ook historisch) problematisch licht:
‘In Utrecht of Amsterdam is het mogelijk overlastgevers een verkorte asielprocedure te geven. En daar begint het volgens Kees allemaal mee. “Idealiter wil je de asielaanvraag van iemand zonder papieren, die waarschijnlijk uit een veilig land komt, [let op het kommagebruik!] binnen acht dagen afhandelen. Daarvoor worden landelijk sobere opvanglocaties ontwikkeld, zoals die er nu al zijn in AZC’s: de hele dag binnen, sober ingerichte slaapzalen, geen daggeld. Mijn taak is om ervoor te zorgen dat daar de juiste personen terechtkomen. De ervaring is dat iemand daar na een paar dagen genoeg van heeft en vrijwillig afziet van de asielaanvraag. Ik ben ervan overtuigd dat de stroom dan een druppeltje wordt. Het is een internationaal circuit: die mensen staan allemaal met elkaar in contact.”’ ** [vetdruk van mij, SvdG]

Nu struikelt de politiek over het feit dat Yesilgöz dit project niet heeft aanbesteed.
Een knokploeg inhuren om politiek mismanagement op te lossen lijkt mij een veel groter probleem én een gevaarlijk precedent, net als het zonder juridische en wettelijke onderbouwing willekeurig en onprofessioneel screenen van ‘kansarme asielzoekers’ en ‘potentiële overlastgevers’,

en een aanvraagprocedure die standaard enorm veel langer duurt dan de acht dagen waar Loef over bazelt.
Maar de politiek struikelt over aanbestedingsregels.

Tja, zegt Yesilgöz, die aanbesteding kon niet want er was sprake van ‘dwingende spoed’. Een ministerie dat niets van de grond kreeg had ineens last van dwingende spoed.

Als klap op de vuurpijl doet een naamloze coördinator (zijn dat de nieuwe consultants?) van de IND in NRC nog een duit in het zakje: ‘Wat wij […] onder overlast verstaan hebben we bewust niet gedefinieerd omdat we ons niet willen laten beperken.’

Wetenschappelijk? – laat me niet lachen

hoewel tranen hier meer op hun plaats zijn:
Yesilgöz is begonnen met het ondermijnen van onze rechtsstaat:
als demissionair Justitieminister en als schipper naast gOD***
op dwaaltocht naar haar heilstaat.

––––––––––––––––––––––––––––––

Lees ook: ‘De verdichtsels over asiel en migratie van Dilan Yesilgöz en de VVD’ van Eric Smit https://www.ftm.nl/artikelen/dilan-yesilgoz-asiel-en-migratieverdichtsels?&utm_source=nieuwsbrief&utm_medium=email&utm_campaign=MigratieverzinselsYesilgoz

––––––––––––––––––––––––––––––

* Hoe het werd aangepast heb ik nergens kunnen vinden.

**uit: https://magazines.rijksoverheid.nl/jenv/jenvmagazine/2022/20/overlastgevende-asielzoekers
Kees Loef lijkt te geloven
in complottheorieën.

_______________________

*** Omdat het hier slechts een (persoonlijk gemaakte) vergelijking betreft valt onderstaand buiten mijn blog, maar voor de geïnteresseerde:
De OD (Ordedienst). Deze organisatie olv ‘prins’ Bernhard Van Lippe-Biesterfeld bestond voornamelijk uit leden van Bernhards persoonlijke staf, legerofficieren (oa ex-KNIL-kolonel JanM. Somer) en gefortuneerde Nederlandse zakenlieden, en zou verzet hebben gepleegd tegen de Duitse bezetting(smacht). Gedurende die bezetting heeft de OD zich opmerkelijk stilgehouden maar sleutelde volgens een (toen geheim, nu door mij nog niet teruggevonden Amerikaans rapport) politiek reactionair en ultrarechts aan de installatie van sterk centraal leiderschap, uitstel van enig parlement en vergroting van de macht van het koningshuis in naoorlogs Nederland.
In 1944 ging de OD olv Bernhard op in de Binnenlandse Strijdkrachten, na de oorlog sprong ze (net als Bernhard zelf) als een verzetsduveltje uit een verzetsdoosje en vervolgens doken OD-leden op in Bernhards staf en/of in politiek belangrijke functies.
Zie ook:
‘PER, deel 5C, p. 45. – Een medewerker van geheime Nederlandse diensten in Londen, P. Brijnen van Houten, wees in dit verband speciaal op de “OD-stijl”, waarmee “het land een politiestaat moest worden met een complete dictatuur”. Hij citeerde Bernhards BI-rechterhand Jan Somer die had gezegd, “dat alle socialisten tegen de muur moesten” (PER, deel 4A, p. 305).”
Somer kreeg na de oorlog een functie binnen de O&I, die communistische propaganda moest smoren en (vermeende) communistische sympathisanten moest aangeven.
En:
‘Zij wisten daarbij uiteraard, wat ook een andere “Vertrouwensman” wist, de latere Commissaris van de Koningin voor Drente, de rechtse sociaal-democraat mr. J. Cramer; nl. ‘de ontstellende berichten uit verschillende deelen van het land omtrent voorgenomen plannen van OD-functionarissen om op drastische en onrechtmatige wijze ten aanzien van de communisten op te treden. Deze functionarissen zien het als taak van den OD om na de Duitschers de communisten neer te slaan. (PER, deel 5B, p. 521 e.v., Nota-Cramer van 7.10.44 aan “Vertrouwensmannen”).’
beide citaten uit: Wim Klinkenberg, Prins Bernhard, een politieke biografie 1911-1986.  Amsterdam, Onze Tijd/In de Knipscheer 1979/1986.

Interessant is in dit verband ook de autobiografie van Annie Romein-Verschoor, Omzien in verwondering deel 2 (Arbeiderspers 1971), pag 79:
‘Was men in Londen werkelijk bezorgd geweest voor de grote Kladderadatsch bij het uitbreken van de vrede, voor een radicale revolutie van het immers gewapend verzet, waaraan ondanks alle aanmoediging die het, als dat zo uitkwam, van overzee had gekregen, toch iets van onwettigheid en anarchie kleefde? Werd daarom bij de onderhandelingen met het verzet de zo niet fascistoïde dan toch weinig democratische ordedienst als de belangrijkste organisatie naar voren gehaald? Kreeg daarom de BS een bevelhebber aangewezen wiens militaire aanspraken op die functie alleen op zijn vroegere lidmaatschap van de SA konden teruggaan? Of heeft men dat in Den Haag pas gehoord toen hij het zelf in zijn biografie liet vermelden? Maar in ’36 wisten de redacteuren van Het Volk al te vertellen dat zij een foto van de aanstaande prins-gemaal in uniform niet mochten publiceren.’